Update
Geachte heer/mevrouw,
Bijgaand treft u een nieuwe GZR Update aan.
Rechtspraak
Graag wijs ik u op de uitspraken onder aan deze nieuwsbrief. Ik licht er enkele voor u uit.
Betrokkene moet worden gehoord
De eerste uitspraak die ik wil belichten, betreft een kwestie in de geestelijke gezondheidszorg, waarbij de betrokkene ter zitting niet was verschenen, maar de rechtbank wel een zorgmachtiging verleende (GZR 2026-0194). Dat is niet juist, aldus de Hoge Raad. De Hoge Raad stelde daartoe voorop dat artikel 6:1 lid 1 Wvggz voorschrijft dat de rechter de betrokkene hoort, tenzij wordt vastgesteld dat deze niet in staat of niet bereid is zich te doen horen. De rechtbank dient zo veel mogelijk te waarborgen dat niet aan iemand verplichte zorg kan worden opgelegd zonder dat hij zelf door de rechter wordt gehoord. Wanneer de rechter oordeelt dat de bereidheid om zich te laten horen ontbreekt, moet dat oordeel in de beschikking deugdelijk worden gemotiveerd. Daarbij moet aannemelijk zijn dat betrokkene bekend was met plaats en tijdstip van de zitting. Uit de processtukken bleek echter dat de arts juist had verklaard niet zeker te weten of de zittingsdatum correct aan betrokkene was gecommuniceerd. Tegen die achtergrond achtte de Hoge Raad het onbegrijpelijk dat de rechtbank had aangenomen dat betrokkene van de zitting wist en bewust had afgezien van contact met de rechter.
Medisch onderzoek met alleen de psychiater
De tweede uitspraak heeft evenzeer betrekking op de geestelijke gezondheidszorg en ook in deze zaak speelde een motiveringsgebrek van de rechter (GZR 2026-0196). Dat motiveringsgebrek had ermee te maken dat volgens de betrokkene derden bij het medisch onderzoek aanwezig waren geweest. De Hoge Raad stelde daartoe voorop dat een psychiater het voor verplichte zorg voorgeschreven medische onderzoek in beginsel in een direct contact moet verrichten. Met het oog op de privacy van de betrokkene en de betrouwbaarheid van het medische onderzoek is uitgangspunt dat het onderzoek plaatsvindt in een gesprek tussen de betrokkene en de psychiater, buiten aanwezigheid van derden. Op dat uitgangspunt kunnen uitzonderingen worden gemaakt (denk aan een tolk of een beveiliger). Voert een betrokkene gemotiveerd aan dat derden bij het onderzoek aanwezig waren, dan moet de rechter onderzoeken of de medische verklaring desondanks tot stand is gekomen met inachtneming van de eisen die de Wvggz stelt. Dat bleek niet uit de beschikking van de rechtbank. De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking.
Annotaties
Een annotatie is er deze keer ook weer! De annotatie is van de hand van Merel Spaander (UvA en AUMC) en heeft betrekking op de bij deze nieuwsbrief opgenomen uitspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) (GZR 2026-0199). De uitspraak heeft als onderwerp de gedwongen ziekenhuisopname van een vrouw, zulks op basis van een rechterlijk bevel. Het bevel had het doel het welzijn van de ongeborene te beschermen, wat naar Spaans recht mogelijk is op basis van artikel 29 van het Spaanse Burgerlijk Wetboek (vergelijkbaar met ons art. 1:2 van het Burgerlijk Wetboek). Het bevel vocht de vrouw in de nationale rechtsgang tevergeefs aan en ook bij het EHRM vindt zij geen gehoor. Er is weliswaar sprake van inmenging in haar privéleven, maar niet van een schending van artikel 8 EVRM.
Het is een interessante uitspraak die vragen oproept en discussie uitlokt. Merel geeft dat in haar annotatie weer. Lezen dus!
Onze zoekfunctie
Wist u dat GZR Updates uit meer bestaat dan deze nieuwsbrief en de mogelijkheid om kennis te nemen van annotaties? Alle door onze redactieleden zorgvuldig geselecteerde en samengevatte uitspraken komen in een database. GZR Updates biedt de mogelijkheid om op doeltreffende wijze de database te doorzoeken, zodat u de voor u relevante uitspraken kunt vinden. Zie hier voor de mogelijkheden.
LinkedIn-groep
Bent u al bekend met onze LinkedIn-groep? Nadat u op LinkedIn bent ingelogd, wordt u op deze pagina geattendeerd op onze nieuwsbrief, maar ook op ander nieuws. Verder kan op deze pagina kennis worden gedeeld.
Inzenden eigen rechtspraak
Beschikt u zelf over een nog niet gepubliceerde uitspraak die relevant is voor de gezondheidsrechtpraktijk en rechtsontwikkeling, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl. Wij stellen dat erg op prijs.
Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.
Alvast een goed weekend.
Met vriendelijke groet,
Rolinka Wijne
Hoofdredacteur GZR Updates
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
Hoge Raad
- Hoge Raad De Hoge Raad benadrukt dat een deugdelijke motivering vereist is in de beschikking van de rechtbank bij het oordeel dat een afwezige betrokkene niet bereid is zich te doen horen. 05-06-2026
- Hoge Raad Indien de officier van justitie het verzoekschrift voor een aansluitende zorgmachtiging indient voor het verstrijken van de geldigheidsduur van de lopende machtiging, staat het de rechtbank vrij om een aansluitende machtiging voor langere duur toe te wijzen. Ook als de mondelinge behandeling pas na het verstrijken van die termijn plaatsvindt. 05-06-2026
- Hoge Raad Wanneer een betrokkene gemotiveerd aanvoert dat derden bij het onderzoek door de psychiater aanwezig waren, moet de rechter onderzoeken of de medische verklaring desondanks tot stand is gekomen met inachtneming van de eisen uit de Wvggz. 05-06-2026
Hof
Rechtbank
Tuchtcolleges
- Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam Klaagster verwijt de psychiater onder meer dat er tijdelijk gedwongen zorg heeft plaatsgevonden zonder medische noodzaak, dat verweerster haar voorafgaand aan de crisismaatregel niet heeft onderzocht en gehoord en dat de verslaglegging van de verplichte zorg onvoldoende is. Het RTG oordeelt dat het te billijken was dat verweerster niet heeft voldaan aan de wettelijke verplichting klaagster opnieuw te beoordelen, maar verklaart het klachtonderdeel van de dossierplicht gegrond zonder oplegging van een maatregel. 02-10-2026
- Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Het Centraal Tuchtcollege (CTG) verklaart de klacht tegen een chirurg in hoger beroep, anders dan het Regionaal Tuchtcollege (RTG), alsnog gedeeltelijk gegrond en legt hem een waarschuwing op. Volgens het CTG had de chirurg voorafgaand aan het eerste consult met patiënte kennis moeten nemen van een MRI-verslag waarin cholangiocarcinoom als mogelijke differentiaaldiagnose werd genoemd, en is hij tekortgeschoten in de communicatie met patiënte over deze mogelijkheid en de te nemen diagnostische stappen. 23-09-2026