Update
Geachte heer/mevrouw,
Bijgaand treft u een nieuwe GZR Update aan.
Rechtspraak
Graag wijs ik u op de uitspraken onder aan deze nieuwsbrief. Ik licht er een voor u uit.
Berichtgeving afstand van MUMC van eerdere publicaties in De Limburger niet onrechtmatig
De uitspraak die ik wil belichten, heeft betrekking op berichtgeving over het opleidingsklimaat op de afdeling pathologie van het Maastricht UMC (MUMC) en de rol van het hoofd van de afdeling (GZR 2026-0016). Er waren negatieve signalen over het opleidingsklimaat waarna de erkenning van de opleiding pathologie werd ingetrokken. Het hoofd van de afdeling vertrok.
Het MUMC plaatste vervolgens een bericht op het intranet waarin het MUMC afstand nam van eerdere publicaties in de media over het vertrek van het hoofd van de afdeling. Het MUMC stuurde dat bericht ook naar enkele lokale media en een aantal medische instellingen. Een van de eerdere publicaties over het vertrek betrof een aantal artikelen in dagblad De Limburger over grensoverschrijdend gedrag op de afdeling pathologie, waarin veel aandacht was voor de rol van het hoofd van de afdeling.
De Limburger verzocht vervolgens (daarom) intrekking van het bericht van het MUMC en rectificatie. Daaraan legde het dagblad ten grondslag dat sprake was van een onrechtmatige daad, bestaande uit de aantasting van de eer en goede naam van De Limburger en haar journalist. Met het bericht van het MUMC zouden zij ten onrechte worden beschuldigd van het brengen van nepnieuws en het verspreiden van desinformatie. Omdat intrekking en rectificatie uitbleef, was een kort geding het gevolg. De voorzieningenrechter oordeelde dat het MUMC met het uitgeven en beperkt verspreiden van het bericht niet over de denkbeeldige grens tussen vrijheid van meningsuiting en aantasting van eer en goede naam is gegaan. Dat sprake is van een onrechtmatige daad komt niet vast staan. De voorzieningenrechter wees de vordering van het dagblad af.
Symposium ‘De geneeskundige behandelingsovereenkomst onder de loep’
De regeling van de geneeskundige behandelingsovereenkomst in ons Nederlands Burgerlijk Wetboek vormt sinds 1995 de kern van de regelgeving over de rechten van de patiënt. Door emeritus hoogleraar Gezondheidsrecht Johan Legemaate, advocaat-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden en hoogleraar Privaatrecht Ton Hartlief, kinderarts Mariëlle Dekker en ondergetekende wordt op 2 april 2026 de geneeskundige behandelingsovereenkomst kritisch onder de loep genomen: welke ervaringen zijn opgedaan en welke lessen kunnen we hieruit trekken? Is de regeling nog steeds actueel of zijn er lacunes? Hoe is de verhouding van de regeling tot andere wetgeving over patiëntenrechten? Welke knelpunten ervaren zorgprofessionals bij het toepassen van het BW? En welke veranderingen zijn nodig om de regeling toekomstbestendig te maken? Juridische kaders worden gecombineerd met medische realiteit en praktijkervaringen.
De middag wordt afgesloten met een walking dinner om met elkaar na te praten over dit belangrijke onderwerp. Interesse? Zie hier!
Inzenden eigen rechtspraak
Beschikt u zelf over een nog niet gepubliceerde uitspraak die relevant is voor de gezondheidsrechtpraktijk en rechtsontwikkeling, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl. Wij stellen dat erg op prijs.
Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.
Alvast een goed weekend.
Met vriendelijke groet,
Rolinka Wijne
Hoofdredacteur GZR Updates
Hof
Rechtbank
- Rechtbank Limburg Kort geding. Het MUMC plaatst een bericht op het intranet waarin het afstand neemt van publicaties in de media over een vertrekkend afdelingshoofd en stuurt dat bericht ook naar enkele lokale media en een aantal medische instellingen. Dagblad De Limburger neemt aanstoot aan het bericht en vordert intrekking en rectificatie. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het MUMC met het uitgeven en beperkt verspreiden van het bericht niet over de denkbeeldige grens tussen vrijheid van meningsuiting en aantasting van eer en goede naam gegaan. Dat sprake is van een onrechtmatige daad komt niet vast te staan. De voorzieningenrechter wijst de vordering af. 03-02-2026
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant Voorlopige voorziening. In verband met een geneesmiddelentekort verleent de IGJ vrijstellingen voor de invoer van vergelijkbare geneesmiddelen. Vijf apotheken die zelf geneesmiddelen bereiden, maken bezwaar tegen de besluiten en verzoeken hangende het bezwaar om schorsing van de besluiten. Met succes. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter moet ernstig getwijfeld worden aan de rechtmatigheid van de besluiten, gelet op de tekst van artikel 5 Richtlijn 2001/83/EG en de jurisprudentie daarover. 03-02-2026
- Rechtbank Midden-Nederland Vervolg op GZR 2025-0139. Een vrouw heeft borstkanker. De diagnose had volgens haar jaren eerder kunnen worden gesteld. Bij tussenvonnis oordeelt de rechtbank dat de onzekerheid in dezen over het causaal verband het gevolg is van de fouten die in het ziekenhuis zijn gemaakt en de rechtbank neemt daarom voorshands aan dat de tumor al kwaadaardig was en laat het ziekenhuis toe tot tegenbewijs. Het ziekenhuis beroept zich thans tevergeefs op punten waarover de rechtbank al een oordeel gaf en vindt evenmin gehoor dat een aanvullend deskundigenbericht nodig is om het tegenbewijs te kunnen leveren. Het ziekenhuis slaagt niet in het tegenbewijs. 31-12-2025
- Rechtbank Gelderland Kort na hun opname in een zorgvilla overlijdt een echtpaar. Twee van de kinderen plaatsen vraagtekens bij de verleende zorg en zij starten een klachttraject. Een onderzoeks- en een geschillencommissie verklaren hun klacht ongegrond. De kinderen zijn het hier niet mee eens en zij verzoeken thans de rechtbank om het bindend advies van de geschillencommissie te vernietigen. In het kader van de terughoudendheid die de rechter daarbij moet betrachten, ziet de rechtbank geen ernstige gebreken aan de inhoud of de wijze van totstandkoming van het advies. Daarmee is er geen grond voor vernietiging. De rechtbank wijst de vordering af. 31-12-2025