Naar boven ↑

Update

Nummer 8, 2026
Uitspraken van 10 april 2026 tot 7 mei 2026
Redactie: Mr. P.J.V. Bertrams, mr. dr. R.P. Wijne, mr. L. Beij, mr. J.W. Bosman, mr. M. Christe, mr. A.C. de Die, mr. M.A. Goldschmidt, mr. J.F. Groen, mr. N.A.D. Groot, mr. I.W. Hanemaaijer, mr. M.M. Hofstee, mr. A. Jagt, mr. J.M. Janson, mr. drs. C. van der Kolk, mr. X.R. van der Kruk-Ras, mr. I.J. de Laat, mr. E. Lam, mr. M. Martin, mr. A.M. De Nijs, mr. C. Pluijgers, mr. T.R. Riemersma, mr. A. Rube, mr. D. Schuurman, mr. S. Snelder, mr. C. Velink, mr. C.W.M. Verberne, mr. H.B.M. Vrieling, mr. J.M. de Vries, mr. D. van der Wal en mr. K.S. Waldron.

Geachte heer/mevrouw,

Bijgaand treft u een nieuwe GZR Update aan.

Rechtspraak
Graag wijs ik u op de uitspraken onder aan deze nieuwsbrief. Ik licht er enkele voor u uit.

Vraagstelling deskundige
De eerste uitspraak die ik wil belichten, gaat over de vraagstelling aan een deskundige (GZR 2026-0063). Een thuisbevalling eindigt in het ziekenhuis en bij de baby blijkt sprake van hersenschade. De ouders stellen de verloskundige en het ziekenhuis aansprakelijk. Beide zorgverleners hebben de rechtbank verzocht om deskundigen te benoemen. De rechtbank wees de verzoeken toe. Daarbij werd overwogen dat de vraagstelling aan de deskundigen zich moet richten op het verzamelen van feitelijke informatie over de medische praktijk en het handelen van de betrokken hulpverlener(s). Het is niet nodig en ook niet wenselijk om aan de deskundige te vragen of is gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht.

Bandopname 112-melding hoeft niet te worden verstrekt
De tweede uitspraak heeft betrekking op een vordering tot het verstrekken van de bandopname van een 112-melding aan het Openbaar Ministerie, zulks in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar de moord op een 34-jarige man (GZR 2026-0069). De rechter-commissaris verleende op 23 september 2025 de officier van justitie machtiging daartoe. De Meldkamer Ambulancezorg was het met deze vordering niet eens en diende op grond van artikel 552a Sv, in samenhang met de artikelen 126nf Sv, 96a Sv, derde lid, en 98 Sv een klaagschrift in. De rechtbank achtte dit klaagschrift gegrond.

De rechtbank stelde ter beoordeling voorop dat eenieder die is ingeschreven in een op grond van de Wet BIG gehouden register, verplicht is geheimhouding in acht te nemen ten opzichte van al datgene wat hem bij het uitoefenen van zijn beroep op het gebied van de individuele gezondheidszorg als geheim is toevertrouwd, of wat daarbij als geheim te zijner kennis is gekomen en waarvan hij het vertrouwelijke karakter moest begrijpen. De rechtbank stelde ook voorop dat het feit dat zowel de verdachte in de onderliggende strafzaak als de nabestaanden van het slachtoffer te kennen hadden gegeven geen bezwaar te hebben tegen de verstrekking van de gevorderde gegevens, niet vanzelf met zich brengt dat een verschoningsgerechtigde verplicht is zijn medewerking te verlenen aan een vordering.

De rechtbank ging vervolgens over tot de beoordeling van de vraag of zich in deze kwestie zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen waaruit moet volgen dat het belang dat de waarheid aan het licht komt moet prevaleren boven het verschoningsrecht. In dat verband toetste de rechtbank aan de aard en zwaarte van het delict, de aard en de omvang van de gegevens, de vraag in hoeverre de relevante gegevens op andere wijze kunnen worden verkregen en de mate waarin de betrokken belangen worden geschaad, indien het verschoningsrecht wordt doorbroken. Volgens de rechtbank stond buiten twijfel dat de aard en zwaarte van het vermoede delict – moord – een doorbreking van het verschoningsrecht zou kunnen rechtvaardigen. Daarentegen oordeelde de rechtbank ook dat de gevorderde gegevens niet strikt noodzakelijk zijn om de waarheid aan het licht te brengen. Zo zijn er over de 112-melding reeds verklaringen van de moeder en vader van de verdachte. De rechtbank heeft verder geconstateerd dat in de onderliggende strafzaak tegen verdachte een uitvoerig einddossier is opgesteld, waarin verschillende potentiële bewijsmiddelen zijn opgenomen. Er zijn geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de van de meldkamer gevorderde gegevens andere, nieuwe of aanvullende informatie bevatten die zodanig cruciaal is dat gesproken kan worden van een zeer uitzonderlijke omstandigheid waarin de waarheidsvinding dient te prevaleren boven het verschoningsrecht dat de meldkamer toekomt. Dat de gevorderde bandopname van het 112-gesprek het wellicht mogelijk maakt om de verklaringen die verdachte bij de politie heeft afgelegd (nader) te toetsen, is daarvoor naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende zwaarwegend.

LinkedIn-groep
Bent u al bekend met onze LinkedIn-groep? Nadat u op LinkedIn bent ingelogd, wordt u op deze pagina geattendeerd op onze nieuwsbrief, maar ook op ander nieuws. Verder kan op deze pagina kennis worden gedeeld.

Inzenden eigen rechtspraak
Beschikt u zelf over een nog niet gepubliceerde uitspraak die relevant is voor de gezondheidsrechtpraktijk en rechtsontwikkeling, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl. Wij stellen dat erg op prijs.

Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.

Alvast een goed weekend.

Met vriendelijke groet,

Rolinka Wijne
Hoofdredacteur GZR Updates

Hoge Raad

Hof

Rechtbank

Tuchtcolleges

Uitspraken zonder ECLI