Update
Geachte heer/mevrouw,
Bijgaand treft u een nieuwe GZR Update aan.
Rechtspraak
Graag wijs ik u op de uitspraken onder aan deze nieuwsbrief. Ik licht er enkele voor u uit.
Vraagstelling deskundige
De eerste uitspraak die ik wil belichten, gaat over de vraagstelling aan een deskundige (GZR 2026-0063). Een thuisbevalling eindigt in het ziekenhuis en bij de baby blijkt sprake van hersenschade. De ouders stellen de verloskundige en het ziekenhuis aansprakelijk. Beide zorgverleners hebben de rechtbank verzocht om deskundigen te benoemen. De rechtbank wees de verzoeken toe. Daarbij werd overwogen dat de vraagstelling aan de deskundigen zich moet richten op het verzamelen van feitelijke informatie over de medische praktijk en het handelen van de betrokken hulpverlener(s). Het is niet nodig en ook niet wenselijk om aan de deskundige te vragen of is gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht.
Bandopname 112-melding hoeft niet te worden verstrekt
De tweede uitspraak heeft betrekking op een vordering tot het verstrekken van de bandopname van een 112-melding aan het Openbaar Ministerie, zulks in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar de moord op een 34-jarige man (GZR 2026-0069). De rechter-commissaris verleende op 23 september 2025 de officier van justitie machtiging daartoe. De Meldkamer Ambulancezorg was het met deze vordering niet eens en diende op grond van artikel 552a Sv, in samenhang met de artikelen 126nf Sv, 96a Sv, derde lid, en 98 Sv een klaagschrift in. De rechtbank achtte dit klaagschrift gegrond.
De rechtbank stelde ter beoordeling voorop dat eenieder die is ingeschreven in een op grond van de Wet BIG gehouden register, verplicht is geheimhouding in acht te nemen ten opzichte van al datgene wat hem bij het uitoefenen van zijn beroep op het gebied van de individuele gezondheidszorg als geheim is toevertrouwd, of wat daarbij als geheim te zijner kennis is gekomen en waarvan hij het vertrouwelijke karakter moest begrijpen. De rechtbank stelde ook voorop dat het feit dat zowel de verdachte in de onderliggende strafzaak als de nabestaanden van het slachtoffer te kennen hadden gegeven geen bezwaar te hebben tegen de verstrekking van de gevorderde gegevens, niet vanzelf met zich brengt dat een verschoningsgerechtigde verplicht is zijn medewerking te verlenen aan een vordering.
De rechtbank ging vervolgens over tot de beoordeling van de vraag of zich in deze kwestie zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen waaruit moet volgen dat het belang dat de waarheid aan het licht komt moet prevaleren boven het verschoningsrecht. In dat verband toetste de rechtbank aan de aard en zwaarte van het delict, de aard en de omvang van de gegevens, de vraag in hoeverre de relevante gegevens op andere wijze kunnen worden verkregen en de mate waarin de betrokken belangen worden geschaad, indien het verschoningsrecht wordt doorbroken. Volgens de rechtbank stond buiten twijfel dat de aard en zwaarte van het vermoede delict – moord – een doorbreking van het verschoningsrecht zou kunnen rechtvaardigen. Daarentegen oordeelde de rechtbank ook dat de gevorderde gegevens niet strikt noodzakelijk zijn om de waarheid aan het licht te brengen. Zo zijn er over de 112-melding reeds verklaringen van de moeder en vader van de verdachte. De rechtbank heeft verder geconstateerd dat in de onderliggende strafzaak tegen verdachte een uitvoerig einddossier is opgesteld, waarin verschillende potentiële bewijsmiddelen zijn opgenomen. Er zijn geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de van de meldkamer gevorderde gegevens andere, nieuwe of aanvullende informatie bevatten die zodanig cruciaal is dat gesproken kan worden van een zeer uitzonderlijke omstandigheid waarin de waarheidsvinding dient te prevaleren boven het verschoningsrecht dat de meldkamer toekomt. Dat de gevorderde bandopname van het 112-gesprek het wellicht mogelijk maakt om de verklaringen die verdachte bij de politie heeft afgelegd (nader) te toetsen, is daarvoor naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende zwaarwegend.
LinkedIn-groep
Bent u al bekend met onze LinkedIn-groep? Nadat u op LinkedIn bent ingelogd, wordt u op deze pagina geattendeerd op onze nieuwsbrief, maar ook op ander nieuws. Verder kan op deze pagina kennis worden gedeeld.
Inzenden eigen rechtspraak
Beschikt u zelf over een nog niet gepubliceerde uitspraak die relevant is voor de gezondheidsrechtpraktijk en rechtsontwikkeling, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl. Wij stellen dat erg op prijs.
Vragen of opmerkingen
Mocht u vragen of opmerkingen hebben over deze nieuwsbrief, dan kunt u mailen naar klantenservice@boom.nl.
Alvast een goed weekend.
Met vriendelijke groet,
Rolinka Wijne
Hoofdredacteur GZR Updates
Hoge Raad
- Hoge Raad Wvggz. De burgemeester van de plaats waar het onderzoek door de onafhankelijk psychiater is uitgevoerd is bevoegd de crisismaatregel te nemen, ook als betrokkene in de voorbereiding is overgeplaatst naar een andere gemeente. De Wvggz bevat geen beslistermijn voor het nemen van een crisismaatregel na het onderzoek van de psychiater. Cassatieberoep verworpen. 06-03-2026
- Hoge Raad Wvggz. De rechter moet bij een verzoek tot wijziging van de machtiging ex nunc beoordelen of aan de geldende voorwaarden is voldaan. Dat geldt ook voor de aanvullende zorgvuldigheidseisen die gelden voor verplichte zorg bij kinderen en jeugdigen (art. 2:1 lid 9 Wvggz). Vernietiging en terugverwijzing. 27-02-2026
- Hoge Raad Gegronde klacht over de huisregels met daarin een rookverbod dat ook geldt tijdens begeleid wandelen buiten de accommodatie. Het verbod voldoet immers niet aan het vereiste dat huisregels de ordentelijke gang van zaken en veiligheid in de accommodatie regelen. 13-02-2026
Hof
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Geschil tussen ONVZ en aanbieders van hulpmiddelen voor verschillende luchtwegaandoeningen. De hulpmiddelenaanbieders zijn van mening dat de tarieven in de contracten voor 2025 niet reëel en kostendekkend zijn. Het hof oordeelt dat niet aannemelijk is geworden dat sprake is van een afhankelijkheidsrelatie en dat de contracteervrijheid van de zorgverzekeraar voorop staat. 31-03-2026
- Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Betrokkene heeft verzocht om schadevergoeding omdat het gedwongen ontslag uit de accommodatie niet aan de eisen van de Wvggz voldoet. Het hof wijst het schadevergoedingsverzoek toe overeenkomstig de LOVF-oriëntatiepunten met 58 dagen x € 20 per dag en veroordeelt de zorgaanbieder in de proceskosten van betrokkene in eerste aanleg en hoger beroep ad € 2.694. 09-12-2025
Rechtbank
- Rechtbank Den Haag Na signalen vanuit de cliëntenraad heeft de raad van bestuur van het Erasmus MC het lidmaatschap van een cliëntenraadslid beëindigd. Hiertegen heeft het raadslid bezwaar gemaakt, dit is door de raad van bestuur niet-ontvankelijk verklaard met als reden dat het besluit geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb behelst. Hiertegen is het cliëntenraadslid in beroep gegaan bij de rechtbank. De rechtbank heeft geoordeeld dat het besluit van de raad van bestuur te zien is als een publiekrechtelijke rechtshandeling waartegen bezwaar en beroep openstaat. In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de medezeggenschapsregeling geen wettelijk voorschrift is dat de grondslag biedt voor het toekennen van bestuursbevoegdheden aan de raad van bestuur en ook dat artikel 5 lid 1 Wmcz 2018 (het opstellen van een huishoudelijk reglement door de cliëntenraad) geen grondslag voor de raad van bestuur biedt om verbindende regels vast te stellen. Daarmee kan het huishoudelijk reglement dus niet als publiekrechtelijke grondslag dienen voor de raad van bestuur om besluiten in de zin van de Awb te nemen. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. 30-04-2026
- Rechtbank Noord-Nederland De raadkamer van de rechtbank Noord-Nederland verklaart het klaagschrift van de Meldkamer Ambulancezorg Noord-Nederland in de zaak rondom de dood van de 34-jarige Ruben uit Assen gegrond. De gevorderde bandopname van de 112-melding hoeft niet te worden verstrekt. 14-04-2026
- Rechtbank Zeeland-West-Brabant Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft een 24-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaar en een beroepsverbod vanwege het verkrachten en aanranden van kwetsbare ouderen in een zorginstelling en het bezitten van kinderporno. 13-04-2026
- Rechtbank Rotterdam Deze zaak gaat over een geschil tussen een kaakchirurg en een ziekenhuis. De kaakchirurg maakte via zijn vennootschap deel uit van een samenwerkingsverband van drie kaakchirurgen, hierna aangeduid als MSB. Tussen het ziekenhuis en het MSB bestond een samenwerkingsovereenkomst (SOK). Het ziekenhuis heeft deze overeenkomst opgezegd. De rechtbank komt niet toe aan de beoordeling van de vorderingen die verband houden met die opzegging. Een arbitraal vonnis van het Scheidsgerecht Gezondheidszorg, dat gezag van gewijsde heeft tussen de partijen in deze procedure, staat daaraan in de weg. Het ziekenhuis heeft de kaakchirurg de toegang tot het ziekenhuis ontzegd in de periode van 25 september 2017 tot 1 april 2018. Daarmee heeft het ziekenhuis onrechtmatig jegens hem gehandeld. Het ziekenhuis wordt veroordeeld tot vergoeding van de als gevolg daarvan geleden schade, op te maken bij staat. De vorderingen die zijn gebaseerd op ongerechtvaardigde verrijking in verband met de verkoop van de kaakchirurgiepraktijk door het ziekenhuis aan een derde zijn niet toewijsbaar. Omdat die vorderingen worden afgewezen, heeft de eiser geen belang bij de incidentele vordering gebaseerd op artikel 843a (oud) Rv. 01-04-2026
- Rechtbank Oost-Brabant Deelgeschil. Een vrouw die in opleiding is tot chirurg raakt als gevolg van een medische fout zwanger. Na de bevalling eindigt haar, tot dan toe niet vlekkeloos verlopen, opleiding. De vrouw vordert een verklaring voor recht dat zij zonder medische fout de opleiding had voltooid, dan wel dat een kans daartoe verloren is gegaan. Dat eerste komt voor de rechtbank niet vast te staan, niet enkel de ongewenste zwangerschap stond aan afronding van de opleiding in de weg. Wel is voor de vrouw een kans verloren gegaan op succesvolle afronding, welke kans de rechtbank ex aequo et bono schat op 30%. 26-03-2026
- Rechtbank Den Haag Zilveren Kruis vond dat thuiszorgorganisatie Novum-Plus zorgkosten had gedeclareerd zonder geldige indicatie en eiste geld terug. Novum-Plus stelde juist dat de verzekeraar onrechtmatig had gehandeld bij fraudeonderzoek en dat een cliëntenstop niet mocht worden ingesteld. Rechtbank Den Haag besluit in het voordeel van de zorgverzekeraar en besluit tot terugvordering. 25-03-2026
- Rechtbank Rotterdam Kort geding. In een slepend geschil over de afgifte van haar medisch dossier vordert een vrouw thans in kort geding die afgifte. Zij leidt het kort geding niet in met een dagvaarding, maar met een verzoekschrift. Daarvoor bestaat geen rechtsingang, aldus de voorzieningenrechter. Geen spoorwissel, nu daarmee in redelijkheid geen enkel belang is gediend. Herstel zou wegens ontbreken spoedeisend belang niet leiden tot toewijzing, slechts tot meer kosten voor partijen. De voorzieningenrechter verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek. 23-03-2026
- Rechtbank Amsterdam Voorlopig deskundigenbericht. Een thuisbevalling eindigt in het ziekenhuis en bij de baby blijkt sprake van hersenschade. De ouders stellen de verloskundige en het ziekenhuis aansprakelijk. Beide zorgverleners verzoeken thans de rechtbank een deskundige te benoemen. De rechtbank wijst de verzoeken toe. De vraagstelling moet zich richten op het verzamelen van feitelijke informatie over de medische praktijk en het handelen van de betrokken hulpverlener(s). Niet nodig en ook niet wenselijk is om aan de deskundige te vragen of is gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht. 26-02-2026
- Rechtbank Den Haag Wvggz. Hoewel de LVB-problematiek van betrokkene op de voorgrond staat, verleent de rechtbank een aansluitende zorgmachtiging als overbruggingsmachtiging, omdat er sprake is van lange wachtlijsten in het Wzd-kader. De rechtbank merkt op dat het systeem niet is bedoeld voor een situatie als deze, maar dat de praktijk zich niet altijd in juridische kaders laat vangen. 16-02-2026
- Rechtbank Rotterdam Betrokkene verzet zich tegen staaroperatie vanwege waanideeën. Verplichte zorg ten behoeve van staaroperatie opgenomen in zorgmachtiging. 23-01-2026
- Rechtbank Overijssel Schadevergoeding Wvggz. Betrokkene is achteraf bezien 226 dagen zonder rechtsgeldige titel opgenomen geweest, nadat de Hoge Raad de eerder toegewezen aansluitende zorgmachtiging heeft vernietigd. Aansluiting bij de LOVF-oriëntatiepunten ad (226 dagen x € 100 =) € 22.600, ten laste van de Staat. 21-01-2026
- Rechtbank Den Haag Een militair arts schrijft een antibioticum voor waarvan bekend is dat het ernstige bijwerkingen kan veroorzaken. De arts is daarvan op de hoogte. Naar het oordeel van de rechtbank voldoen de werkwijze bij het stellen van de diagnose en het voorschrijven van het medicijn niet. De arts heeft zijn zorgplicht geschonden en Defensie is daarvoor aansprakelijk. Voldoende functioneel verband tussen de beroepsfout en het door Defensie aan de arts opgedragen werk. De rechtbank acht het causaal verband tussen fout en schade aannemelijk. Het tekort aan feitelijke informatie laat de rechtbank voor rekening van de arts/Defensie komen door een feitelijk vermoeden aan te nemen, welk vermoeden Defensie niet ontkracht met het overgelegde medisch advies. 15-01-2026
- Rechtbank Amsterdam Wvggz. Zorgmachtiging verleend. Namens betrokkene is aangevoerd dat ECT-behandeling in het verzoekschrift expliciet moet zijn opgenomen en een verwijzing naar het zorgplan niet volstaat. De rechtbank oordeelt dat de mogelijkheid van ECT-behandeling voldoende kenbaar onderdeel uitmaakt van het verzoek in combinatie met het zorgplan. 06-01-2026
- Rechtbank Amsterdam Wvggz. Voor betrokkene wordt een passende plek gezocht voor zijn niet aangeboren hersenletsel. De rechtbank wil een vinger aan de pols houden en verleent de aansluitende zorgmachtiging voor de duur van zes maanden. Voor de volgende behandeling zal de rechtbank ook de twee mentoren en een directeur van de zorgaanbieder oproepen, om de door hun genomen stappen toe te lichten. 30-12-2025
- Rechtbank Amsterdam Rechtbank verleent machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel, maar komt niet tegemoet aan verzoek van betrokken arts om daarin ook de verplichting op te nemen voor betrokkene om, als zij voldoende stabiel is, terug te keren naar haar geboorteplaats in Finland. 17-12-2025
- Rechtbank Oost-Brabant Wvggz. Bij betrokkene is sprake van multiproblematiek. De rechtbank wijst het verzoek om een zorgmachtiging af, omdat de verstandelijke beperking bij betrokkene voorliggend is en dus een rechterlijke machtiging nodig is. Geen ruimte voor een overbruggingsmachtiging, nu er geen reeds voorziene overplaatsing naar het Wzd-kader is. 21-11-2025
- Rechtbank Amsterdam Klachtzaak Wvggz. Betrokkene meent zonder geldige titel gedwongen opgenomen te zijn geweest. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is geweest van (non-)verbale uitingen van verzet. De wens om naar huis te gaan kan niet op een lijn worden gesteld met zich verzetten tegen verblijf. Ongegrond. 11-11-2025
- Rechtbank Rotterdam Wvggz. Betrokkene is opgenomen geweest, beperkt in zijn bewegingsvrijheid en heeft medicatie toegediend gekregen zonder geldige juridische titel, omdat de (machtiging tot voortzetting van) de crisismaatregelen (was) waren verlopen. Omdat partijen het eens zijn over de schadevergoeding wijkt de rechtbank af van de LOVF-oriëntatiepunten en kent de rechtbank € 140 per dag toe ten laste van de zorgaanbieder. 09-10-2025
- Rechtbank Oost-Brabant Wvggz. Beroep tegen crisismaatregel. Medische verklaring is ondertekend door een andere psychiater dan die het onderzoek heeft verricht en de verklaring heeft opgesteld. Onzorgvuldige werkwijze. Beroep gegrond. 16-09-2025
- Rechtbank Oost-Brabant Klacht over telefoneren niet-ontvankelijk. Beperking kwam voort uit een technische storing. Klacht over beperking van internetgebruik ongegrond; maatregel was gerechtvaardigd. 01-07-2025
Tuchtcolleges
- Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Op meerdere punten gebrekkige zorgverlening door een arts aan een arrestant (onvoldoende adequate medische zorg en dossiervoering), off-label voorschrijven van methadon, risicovol en zonder indicatie. IGJ dient een klacht in, deze wordt in eerste aanleg en in hoger beroep gegrond verklaard. Schorsing van zes maanden met een proeftijd van twee jaar. 29-04-2026
- Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch Een psychiater heeft een expertiserapport uitgebracht op verzoek van de medisch adviseur van een arbeidsongeschiktheidsverzekeraar. Op een punt onzorgvuldig: een onvoldoende navolgbare conclusie over het ontbreken van een psychiatrische stoornis. Verwijten van klager over informatieverschaffing over BIG-registratie zijn afgewezen. Waarschuwing. 29-04-2026
- Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch De ene huisarts klaagt een andere huisarts (ex-maat) aan, hangende een maatschapsgeschil. Deels niet-ontvankelijk (onvoldoende verband met individuele gezondheidszorg resp. buiten tuchtrecht vallend), deels ongegrond (wel inhoudelijk beoordeeld, geen verwijt). 22-04-2026
- Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch Huisarts handelt in het belang van de kinderen door in een situatie waarin de veiligheid in het geding was, beperkt informatie te delen met de vader (klager), die van mishandeling beticht werd. Huisarts behoefde geen wederhoor toe te passen over mededelingen van partners met tegengestelde inhoud. Huisarts is alleen verantwoordelijk voor eigen handelen. Klacht kennelijk ongegrond. 22-04-2026
- Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch Een huisarts behandelt de minderjarige kinderen van een vrouw die in een Blijf-van-mijn-lijfhuis verblijft. De gezagdragende vader (klager) beroept zich op zijn rechten als wettelijk vertegenwoordiger. De wijze waarop de huisarts in deze bijzondere situatie heeft gehandeld leidt niet tot een tuchtrechtelijk verwijt. Klachten zijn ongegrond verklaard. 22-04-2026
- Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Zwolle Klacht tegen een tandarts over schending informed consent gegrond omdat het dossier gebrekkig was. Inhoudelijke behandelkeuzes verdedigbaar. Waarschuwing, omdat tandarts inzicht toont en verbeterstappen heeft genomen. 20-04-2026
- Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam Klaagster heeft als operatie-assistente de plastisch chirurg geassisteerd bij een liposuctiebehandeling. Tijdens deze operatie is de plastisch chirurg verbaal tegen haar uitgevaren. Als gevolg van dit voorval zit klaagster ziek thuis. Het RTG verklaart de klacht ontvankelijk. Naar het oordeel van het RTG is sprake van grensoverschrijdend gedrag, dat ook kan leiden tot een onveilige werkomgeving. Het RTG legt een berisping op. 17-04-2026
- Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Amsterdam (RTG) verklaart een klacht tegen een verpleegkundige die in de GGZ werkzaam was gegrond. Het RTG oordeelt dat gedurende een lange periode sprake is geweest van seksueel grensoverschrijdende gedragingen, bestaande uit driemaal kussen op de mond, bij elkaar blijven logeren en in één bed slapen en intiem en seksueel getint (WhatsApp-)contact. Hierdoor is in strijd gehandeld met de beroepsnormen als gevolg waarvan het RTG een voorwaardelijke schorsing oplegt en een gedeeltelijke ontzegging, in die zin dat de verpleegkundige niet meer in de GGZ werkzaam mag zijn. 14-04-2026
- Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam Het ziekenhuis heeft een klacht ingediend tegen een verpleegkundige vanwege herhaalde inzage in medische dossiers van patiënten met wie hij geen behandelrelatie had. De verpleegkundige heeft de onbevoegde inzage erkend. Het RTG acht de verklaringen die de verpleegkundige hiervoor geeft niet voldoende aannemelijk en legt de verpleegkundige een berisping op. 14-04-2026
- Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam In deze voorzittersbeslissing verklaart het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam (RTG) een klacht kennelijk niet-ontvankelijk omdat de identiteit van de beklaagde zorgverlener niet kan worden vastgesteld. Het RTG benadrukt dat het de verantwoordelijkheid van klager is om de naam van de zorgverlener te verstrekken. Indien dat niet mogelijk is, kan een beperkte inspanningsverplichting voor het tuchtcollege ontstaan. In deze zaak heeft het tuchtcollege daaraan voldaan, maar bleef de naam onbekend doordat de betrokken instelling weigerde deze te verstrekken. 13-04-2026
- Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam (RTG) verklaart in twee gezamenlijk behandelde en identiek luidende uitspraken de klachten tegen een arts in opleiding tot psychiater en een arts in opleiding tot huisarts kennelijk ongegrond. Klager heeft ruim twee weken na een bezoek aan de spoedpoli van een GGZ-zorgaanbieder onder invloed van een psychose zijn echtgenote gedood. Hij verwijt de artsen dat zij hebben nagelaten de noodzakelijke medische zorg te verlenen, dan wel niet hebben ingegrepen bij een mogelijk levensbedreigende situatie. Het RTG oordeelt dat er geen aanleiding was om acuut gevaar te vermoeden en dat de artsen niet tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld. 10-04-2026
- Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 's-Hertogenbosch Klager kreeg implantaten voor € 9.500 all-in. Extra kosten voor röntgenfoto waren niet vooraf gemeld en dus onterecht. Ook zijn de implantaten te ondiep geplaatst. Klacht deels gegrond; tandarts krijgt berisping. 01-04-2026
Uitspraken zonder ECLI
- Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden Een zorgaanbieder herstructureerde in 2018 de cliëntmedezeggenschap met lokale raden, domeinraden en een CCR. In 2024 gaf de zorgaanbieder aan dat er sprake is van formele medezeggenschap(srechten) bij alleen de CCR en de twee domeinraden. De (lokale) cliëntenraad stelt dat de medezeggenschapsstructuur onduidelijk is en dat hij wel degelijk advies- en instemmingsrechten heeft en op een formele wettelijke basis functioneert en vraagt de LCvV om te verklaren dat de zorgaanbieder in strijd handelt met de Wmcz 2018, en te bepalen dat de zorgaanbieder de bestaande cliëntenraad als wettige cliëntenraad erkent. De LCvV oordeelt dat de lokale raad een formele, rechtsgeldige cliëntenraad is. De zorgaanbieder handelt in strijd met de Wmcz 2018 door deze raad niet te erkennen en enkel inspraak toe te kennen. Een nieuw medezeggenschapsreglement vereist de instemming van deze bestaande cliëntenraad. 2025-12-19
- Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden Een zorgaanbieder biedt zorgactiviteiten voor chronisch en ernstig zieke kinderen en lijdt structureel verlies op de exploitatie. De zorgaanbieder staat voor hoge kosten voor renovaties, wil zich volledig richten op kinderthuiszorg en wil daarom de zorgactiviteiten gaan overdragen naar andere zorgaanbieders. De cliëntenraad wil dat de zorgaanbieder het proces van overdracht van de zorgactiviteiten stopzet. De cliëntenraad heeft een spoedverzoek met de vraag voor voorlopige voorzieningen ingediend bij de LCvV. de LCvV wijst de verzoeken af. 2026-04-15
- Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden Een zorgaanbieder, zijnde een coöperatie ontstaan uit zes organisaties, heeft bijna alle activiteiten van haar voorganger overgenomen. Als laatste moet de arbeidsmatige dagbesteding op grond van een Wlz-indicatie (een activiteit van de voorganger) in de zorgaanbieder worden geïntegreerd. De Medezeggenschapsraad (MR) van de voorganger maakt zich zorgen dat cliënten door deze integratie hun inspraakrechten via de MR zullen verliezen. De MR heeft een aantal punten voorgelegd aan de Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden (LCvV) ten aanzien van het voorleggen en beantwoorden van (ongevraagde) advies- en instemmingsaanvragen. De LCvV oordeelt dat de zorgaanbieder in haar reacties op de ongevraagde adviezen van de MR deze afdoende gemotiveerd heeft. Wat betreft het tweede punt oordeelt de LCvV dat de MR geen instemmingsrecht toekomt met betrekking tot de integratie. De adviesaanvraag van de zorgaanbieder is voldoende. Daarnaast heeft de MR geen adviesrecht op de genoemde personele aangelegenheden, omdat er geen sprake is van langdurig verblijf in de zin van de Wmcz 2018. Ten slotte is niet vast komen te staan dat de zorgaanbieder ongepaste druk heeft uitgeoefend op de MR om de procedure bij de LCvV in te trekken. De LCvV geeft daarnaast een tweetal aanbevelingen, namelijk: (1) (her)overweeg als MR om zich door een professioneel ondersteuner te laten ondersteunen, in lijn met het aanbod van de zorgaanbieder daartoe, en (2) kom spoedig tot een nieuwe medezeggenschapsregeling. 2026-04-13