Kennelijk ongegronde klachten tegen artsen in opleiding (psychiater en huisarts) na beoordeling op spoedpoli GGZ. Geen aanleiding voor opname bij ontbreken acuut gevaar.
Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam (RTG) verklaart in twee gezamenlijk behandelde en identiek luidende uitspraken de klachten tegen een arts in opleiding tot psychiater en een arts in opleiding tot huisarts kennelijk ongegrond. Klager heeft ruim twee weken na een bezoek aan de spoedpoli van een GGZ-zorgaanbieder onder invloed van een psychose zijn echtgenote gedood. Hij verwijt de artsen dat zij hebben nagelaten de noodzakelijke medische zorg te verlenen, dan wel niet hebben ingegrepen bij een mogelijk levensbedreigende situatie. Het RTG oordeelt dat er geen aanleiding was om acuut gevaar te vermoeden en dat de artsen niet tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld.
Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Amsterdam, 10-04-2026