Geschillen over advies/instemming (samenwerking).
Een zorgaanbieder, zijnde een coöperatie ontstaan uit zes organisaties, heeft bijna alle activiteiten van haar voorganger overgenomen. Als laatste moet de arbeidsmatige dagbesteding op grond van een Wlz-indicatie (een activiteit van de voorganger) in de zorgaanbieder worden geïntegreerd. De Medezeggenschapsraad (MR) van de voorganger maakt zich zorgen dat cliënten door deze integratie hun inspraakrechten via de MR zullen verliezen. De MR heeft een aantal punten voorgelegd aan de Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden (LCvV) ten aanzien van het voorleggen en beantwoorden van (ongevraagde) advies- en instemmingsaanvragen.
De LCvV oordeelt dat de zorgaanbieder in haar reacties op de ongevraagde adviezen van de MR deze afdoende gemotiveerd heeft. Wat betreft het tweede punt oordeelt de LCvV dat de MR geen instemmingsrecht toekomt met betrekking tot de integratie. De adviesaanvraag van de zorgaanbieder is voldoende. Daarnaast heeft de MR geen adviesrecht op de genoemde personele aangelegenheden, omdat er geen sprake is van langdurig verblijf in de zin van de Wmcz 2018. Ten slotte is niet vast komen te staan dat de zorgaanbieder ongepaste druk heeft uitgeoefend op de MR om de procedure bij de LCvV in te trekken. De LCvV geeft daarnaast een tweetal aanbevelingen, namelijk: (1) (her)overweeg als MR om zich door een professioneel ondersteuner te laten ondersteunen, in lijn met het aanbod van de zorgaanbieder daartoe, en (2) kom spoedig tot een nieuwe medezeggenschapsregeling.
Landelijke Commissie van Vertrouwenslieden, 13-04-2026